Bezonningsstudie

Onverwachte nieuwbouw activiteit van de buren kan leiden tot hinderlijke slagschaduwen op je kavel. Een zonovergoten tuin blijkt na de nieuwbouw een naargeestige koude plek geworden. Hinder, maar wanneer is er nu echt sprake van onoverkomelijke hinder? Wat zijn de regels? Bestaan er zonlicht normen?

Zon

De zon staat centraal in ons dagelijks leven. Het bepaald de seizoenen, maar ook ons humeur. Weinig zon maakt ons depressief, teveel zon doet onze huid verbranden. Een zonnig plekje tegen het huis kunnen we zeer waarderen. Gelijktijdig kan een hoge boom van de buurman regelrecht tot grote irritatie leiden. Kijk maar eens naar het programma 'de Rijdende Rechter'. Het wordt complexer als er in de buurt nieuwbouw gepland wordt. Hoe zit het dan met de bezonning in je tuin? Zal dat leuke zonnige terrasje nog wel zo leuk blijven?

Bezonning en overlast

Nederland verdicht in toenemende mate. Dat wat vandaag nog niet bebouwd is, kan morgen zomaar in de belangstelling komen te staan van een projectontwikkelaar of aannemer. Bestemmingsplannen in Nederland dienen elke 10 jaar geactualiseerd te worden. Nergens staat geschreven dat bij deze actualisering geen nieuwe bebouwingsmogelijkheden gecreëerd mogen worden. Het wordt zeker vervelend als men net in jouw achtertuin voornemens is om een hoog appartementencomplex te realiseren.

De vraag is of je bezwaar kunt aantekenen tegen deze geplande nieuwbouw, op grond van het verlies aan zonlicht en de komst van hinderlijke slagschaduw. Zo ja, welke regels gelden er dan? Om met een teleurstelling te beginnen; er bestaat in Nederland geen recht op zon. Wat is er dan wel? Dat wat voorhanden is, zijn een paar normen en verder wat te doen en gebruikelijk is in de Nederlandse leefsituatie. Met het laatste wordt bedoeld dat Nederland een dichtbevolkt land is waar niemand het juridische recht op vrij uitzicht heeft. Wel kan men beroep doe op het begrip ‘onrechtmatige hinder’.

Verschillende bezonningsrichtlijnen

In Nederland zijn er wel eisen gesteld in het bouwbesluit ten aanzien van daglichttoetreding binnen een woning. Maar dat speelt vooral bij de aanvraag van een omgevingsvergunning; dan wordt er getoetst of een kamer in dat huis voldoende licht ontvangt. Bij een geplande uitbreiding van een buurman wordt niet getoetst of er nog steeds voldoende daglicht in jouw huis valt.

Qua zonlicht zijn er verschillende richtlijnen. Een groot aantal gemeenten hanteren de TNO norm ‘licht’, de gemeente Den Haag hanteert een richtlijn die is afgeleid van de TNO norm, en sommige gemeente hanteren de TNO norm ‘streng’. Daarnaast zijn er gemeenten die op vier dagen in verschillende seizoenen en op verschillende tijden bekijken of er sprake is van niet onevenredige hinder door de voorgenomen nieuwbouw.

Richtlijn Kenmerk/auteur Toelichting richtlijn
TNO ‘licht’ 2005-BBE-R036 Daglichttoetreding en bezonning in de woonomgeving. 19 april 2005. Drs. L. Zonneveldt, dr.ir. E.H. de Groot Voor voldoende bezonning in de woonkamer:
Ten minste 2 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari tot 21 oktober (gedurende 8 maanden) ter plaatse van midden vensterbank binnenkant raam.
TNO ‘streng’ 2005-BBE-R036 Daglichttoetreding en bezonning in de woonomgeving. 19 april 2005. Drs. L. Zonneveldt, dr.ir. E.H. de Groot Voor goede bezonning in de woonkamer:
Ten minste 3 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari tot 21 oktober (gedurende 8 maanden) ter plaatse van midden vensterbank binnenkant raam.
Den Haag DSO/2009.2144 – RIS 170 509. Actualisering van de normen ten aanzien van bezonning en windhinder. D. de Graaf De Haagse bezonningsnorm gaat er vanuit dat de ondergrens op tenminste twee mogelijke bezonningsuren per dag, in de periode 19 februari tot 21 oktober, uitgaande van een zonhoogte van meer dan 10 graden, moet liggen. Hierbij wordt gekeken naar een denkbeeldig meetpunt. De norm definieert dit meetpunt als volgt: Het meetpunt ligt op 0,75 meter hoogte, op het midden van de gevel.

Verder meld de norm dat de bezonning op voor- en achtergevels bij elkaar opgeteld mogen worden.
4 seizoenen Onbekend Meting op vier verschillende data en meerdere tijdstippen op die data. 21 maart, 21 juni, 21 september en 21 december. Tijdstip van meting 9.00 uur, 11.00 uur, 14.00 uur en 18.00 uur (afhankelijk van de situatie kunnen ook andere tijden gekozen worden).

Over het geheel genomen mag er geen sprake zijn van ‘onrechtmatige hinder’.
Methode iTX BouwConsult Ir. R. A. Albers Meting van vastgestelde oppervlakten, zoals een tuin. Door middel van een cellenpatroon wordt het percentage berekend dat in de schaduw komt, voor en na de geplande nieuwbouw.

Per gemeente wordt aangegeven welke methode gehanteerd dient te worden voor een bezonningsstudie. Afhankelijk van het doel waarvoor deze wordt aangevraagd, kan er ook nog aanvullend onderzoek gevraagd worden.

Bestemmingsplan of bestaande situatie

De TNO norm en de Haagse norm zijn in beginsel opgezet om nieuwbouwplannen te beoordelen. Denk aan het wijzigen van een bestemmingsplan. In die situaties is er geen sprake van een concreet plan. Kleinere plannen, denk aan stedelijke invullingen, zijn wel concreet. Aan die plannen liggen uitgewerkte tekeningen ten grondslag.

De Haagse richtlijn stelt dat in dat geval uitgegaan moet worden van het concrete bouwplan. De TNO norm stelt dat voor bestaande situaties een beoordeling moet plaatsvinden op basis van het verschil in mogelijke bezonningsuren. Dit verschil kan in procenten worden uitgedrukt. iTX BouwConsult hanteert in die gevallen een tabel waarin de oude en de nieuwe situatie naast elkaar gezet worden.

Minimale zonshoogte

Zowel in Duitsland als in Engeland wordt gewerkt met een minimale zonshoogte; 10 graden. Hiermee worden de invloeden van begroeiingen, schuurtjes en andere kleine belemmeringen, die bijvoorbeeld niet in een bestemmingsplan staan, maar wel aanwezig zijn, weg gefilterd. Dit zien we zowel bij de TNO norm als de Haagse norm terug.

Waarom een bezonningsstudie?

Bij nieuwbouw kan sprake zijn van afwijking van het bestemmingsplan. Dat kan een binnenplanse afwijking van het bestemmingsplan, dan wel een volledige afwijking van het bestemmingsplan zijn. Zodra er in afwijking gebouwd wordt van het vigerend bestemmingsplan wil de gemeente de zekerheid hebben dat alle aspecten van de voorgenomen nieuwbouw afgehecht zijn. Om zekerheid te verschaffen dat de nieuwbouw geen onrechtmatige hinder (lees ongewenste slagschaduwen) veroorzaakt, zal de ambtenaar de indiener van het bouwplan vragen om een bezonningsstudie. De gemeente kan tegenover indieners van zienswijzen dan aantonen dat zij alle aspecten van de nieuwbouw beoordeeld heeft.

Bij een nieuw bestemmingsplan is meer onderzoek gewenst. Ook hier zal het ambtelijk apparaat zorgvuldig handelen en een bezonningsstudie aanvragen. Mogelijke indieners van een zienswijze worden hiermee gepareerd. En verder wordt voorkomen dat het bestemmingsplan bij de Raad van State sneuveld.

Onrechtmatige hinder

Vermindering van zonlicht kent zoals gezegd een zwak fundament als het gaat om regelgeving. Zwakke regelgeving impliceert ook dat er op grond van regelgeving wel bezwaar gemaakt kan worden maar dat dekt lang niet alle lading, qua problemen voor omwonenden. Grotere juridische kansen bestaan er door aan te tonen dat de geplande nieuwbouw van de buren, waarbij vermindering van daglicht of zonlicht optreed, leidt tot onrechtmatige hinder. Lees hier meer over onrechtmatige hinder.

Contra expertise bezonningsstudie

Tegenover de zorgvuldigheid van de gemeentelijke ambtenaar staat de burger, die zich in zijn rechten voelt aangetast door voorgenomen nieuwbouw van anderen. Daar waar al een bezonningsstudie is gemaakt, wordt een contra-expertise bezonning bij iTX-BouwConsult aangevraagd. Het kan zijn dat de eerdere bezonningsstudie een te optimistisch beeld van de werkelijkheid geeft. Dat kan door andere tijdstippen te hanteren, maar kwalijker is het als er gesjoemeld word met hoogtes van de te controleren bouwwerken. Juist omdat een bezonningsstudie werkt met 3D modellen is controle door een leek erg moeilijk, een contra expertise bezonningsstudie biedt dan uitkomst.

Schaduw in de tuin door nieuwbouw

De richtlijnen en het bouwbesluit spreken zich uit over de bezonning van gevels dan wel de daglichttoetreding van verblijfsruimten. De tuin is echter bij uitstek de plaats waar je van de zon wilt genieten. Qua richtlijnen wordt hierover geen uitspraken gedaan. Duidelijk is wel, dat juist in de tuin, het verlies aan zon, gemeten als percentage van de tuin, groot kan zijn. iTX BouwConsult drukt het verlies uit door te kijken naar de situatie voor de geplande nieuwbouw en erna. Het feit dat er geen richtlijnen voor bestaan, wil niet zeggen dat de betrokken eigenaar van de tuin wel degelijk schade cq. Onrechtmatige hinder ondervindt door de toename van schaduw. Die toename van schaduw kunnen wij berekenen, en eventueel uitdrukken als een percentage. Deze wijze van onderzoeken en rapporteren kan buitengewoon interessant zijn bij een aanvraag voor planschade.

Bestaande bomen en andere obstakels

Bij een bezonningsstudie wordt geen rekening gehouden met de aanwezigheid van bestaande bomen en andere obstakels. Er wordt verondersteld dat deze niet aanwezig zijn. De werkelijkheid is weerbarstiger, maar in dit kader moet wel opgemerkt worden dat een bestaande boom ook weer gekapt kan worden. Dus de invloed van bomen heeft een min of meer tijdelijk karakter. Door te werken met een minimale zonnestand van 10 graden (zie normen), wordt het effect van deze obstakels uit de bezonningsstudie weg gelaten.

Zienswijzen indienen

Wordt er in je directe omgeving nieuwbouw gepland, dan is het verstandig daar kennis van te nemen. Vraag bij Bouw- en Woningtoezicht de bouwplannen op. Beoordeel of er mogelijke hinder door ontstaat. Bij twijfel laat je door iTX BouwConsult een bezonningsstudie maken. Wat je altijd moet doen is een zienswijze indienen. Deze zienswijze moet betrekking hebben op de ruimtelijke aspecten, zaken die in het bestemmingsplan geregeld worden. Een zienswijze indienen tegen ongewenste schaduwhinder kan succesvol zijn, mits op tijd ingediend! Als u meer wilt weten neem dan contact met ons op.

3D modellen

Om een bezonningsstudie te maken, wordt gebruik gemaakt van 3D modellen, opgebouwd in geavanceerde tekenprogramma’s. In deze 3D modellen kan zeer precies de juiste lengte- en breedtegraad ingesteld worden, zodat exact bekend is hoe de slagschaduwen verlopen op een gegeven plek op aarde en op een gegeven tijdstip en datum in het jaar. Aan de hand van dat model is een verwerking in tabelvorm de completering van de bezonningsstudie.

Wat kost een bezonningsstudie

De kosten van een bezonningsstudie zijn sterk afhankelijk van de in te brengen ruimtelijke objecten (3D modellen). Voor een bezonning waar alleen een enkel huis en een belast erf bekeken moet worden, zullen de kosten anders uitpakken dan bij een bezonningsstudie van een nieuw bestemmingsplan, waar een gehele buurt ruimtelijk ingebracht moet worden. Wij voeren al een bezonningsstudie uit vanaf slechts € 345,- exclusief btw.

Wil je graag meer informatie over onze bezonningsstudie, vraag dan nu een offerte op.

2016-09-G - 419

Woningconcepten Bouwkosten Bouwkundig tekenwerk



Energiezuinige huizen Bouwkosten controle Schetsontwerp
Passiefhuizen Bouwkosten Bouwkundig tekenwerk
Recreatiewoningen QuickScan Bouwkosten BouwPlanCheck
  SloopBouwAdvies  
     
     
Contact

Contactgegevens
Informatie aanvragen
Offerte aanvragen
Afspraak maken
Vergunningen Visualisatie Overig



Omgevingsvergunning Bezonningsstudie Bouwbegeleiding
Bestemmingsplanwijziging 3D Visualisatie Collectief Particulier Opdrachtgeverschap
    Technische omschrijving
Algemene voorwaarden Workshop Bouwen


Zelf je huis verbouwen
Download DNR 2011 Workshop Ontwerp Je Eigen Huis Kavelprijzen
     
iTX BouwConsult BV

Gevestigd te Rijssen
T: 0548-530 825
E: info@itx-bouwconsult.nl
 

 
Inloggen...